In haar tuin etaleert keramiste Yvet Thunnissen een serie van haar kleurrijke oeuvre: "Ik maak figuratieve keramiek, het stelt altijd iets voor." (Foto: Ingrid Langeveld)

Keramiste Yvet Thunnissen moet altijd iets met haar handen doen
Laatste update: 14 april 2017 om 15:23

SASSENHEIM - Met onschuldige ogen kijken haar keramische figuren de wereld in. Vrouwen, katten, vogels en vissen symboliseren haar kleurrijke oeuvre en haar fijngevoelige handen maken het.

Beeldend kunstenares Yvet Thunnissen uit Sassenheim wist van jongs af aan wat zij wilde, maar voor de hand lag dat allerminst. Toch maakte ze van haar liefde grotendeels haar werk. "Ik maak figuratieve keramiek, het stelt altijd iets voor en iedereen mag lekker zelf weten wat ie bij m'n kleiwerk denkt", glimlacht de 64-jarige in Den Haag geboren keramiste, die tot 2015 veertig jaar lang als docente handenarbeid bij het Fioretti College in Lisse werkzaam was.   

Wie keramiek zegt, zegt Yvet Thunnissen. Haar figuren zijn wonderlijke wezens en sculpturen die er zijn om te worden ontdekt. Gewoonlijk werkt Thunnissen aan één bepaalde serie, bestaande uit afzonderlijke figuren die door één thema verbonden zijn. Bestonden haar vroegere series nog uit vrouwen-zonder-meer, tegenwoordig zijn de vrouwen dikwijls in verschillende situaties geplaatst. "De vormen zijn rond en het is aaibaar", verklaart de keramiste haar voorkeur voor het creëren van zowel figuratieve vrouwen als katten, terwijl ze daarmee tegelijkertijd haar affiniteit met deze dieren ontboezemt.


Affiniteit, ofschoon van een geheel andere aard, heeft ze ook voor vogels, vissen en landschappen, getuige hun regelmatige terugkeer in verschillende reeksen en afbeeldingen op schalen, vazen en decors. Ze doet naar eigen zeggen 'heel gewoontjes' inspiratie op uit alledaagse dingen. "Ik ben niet begeestigd door een heilige of zoiets. Kijkend vanuit mijn atelier zie ik zo wat ik wil maken."


Creativiteit en fantasie is volgens de keramiste 'out of the box' denken. "Beide hersendelen prikkelen en ontwikkelen elkaar. Hierbij is de combinatie hand-hersenen iets heel belangrijks. Dat leert dat je fantaseert en die fantasie kan omzetten in kunst, tekening, beeld of zelfs een muziekstuk. Als mensen daar iets mee doen is dat voor velen een verrijking en dan noem ik alleen al het genieten."   

    
Interesse voor cultuur kreeg Thunnissen van huis uit mee. Haar vader hield zich bezig met toneel en was daarnaast bestuurslid bij de Haagse Kunst Kring, waardoor hij veel kunstenaars kende. Op de lagere school sloot ze zich aan bij een knutselclubje en volgde daarnaast lessen aan de KinderAcademie.

Van eindejaarstudenten leerde ze diverse aspecten van de kunst zoals linosneden, etsen en schilderen met olieverf. "Heerlijk was het om met kunst bezig te zijn, altijd tweedimensionaal. In mijn puberteit was het m'n lust en m'n leven. Ik vond het geweldig." Thunnissen was, hoewel aanvankelijk tegen de zin van haar vader, vastbesloten om een kunstenaarsbestaan op te bouwen.


Ze sleepte het universeel toelatingsexamen voor de Academie in de wacht en genoot nadien, weliswaar dan toch aangespoord haar vader, de zesjarige lerarenopleiding voor Beeldende Kunsten aan de voormalige Academie voor Beeldende Vorming in Amersfoort. "Vader vond stellig dat ik een diploma nodig had om mijzelf te kunnen bedruipen en later mijn brood te verdienen. Achteraf gezien ben ik hem wel dankbaar dat hij mij naar Amersfoort stuurde", glimlacht de voormalig docente.


Tijdens haar opleiding ontdekte de keramiste veel driedimensionale dingen binnen de kunst maar bovenal haar hang voor het werken met klei. "In 3D zijn figuren van alle kanten te bezichtigen. Keramiek is puur ambachtelijk. Het is een vaardigheid die je (vanwege de dunne wandjes red.) moet beheersen en daarbij is het niet zwaar. Maar het is mijn grote pret dat alles uniek is. Elk ding is anders. Soms willen mensen exact een dezelfde figuur die zij van mij zien. Maar dat gaat gewoonweg niet", aldus een grijnzende Thunnissen.


Keer op keer ervaart Thunnissen groots plezier in het maken van figuratief werk en noemt het openen van de oven na de eerste stook op circa 900 graden Celsius als het meest spannende moment. "Klei is plastisch en heel vervormbaar. Je kunt er alles mee. Maar na het bakken is die vervormdheid helemaal verdwenen. Dan is het wat het is, de essentie. Maar ook is keramiek iets voelen. Met drogisterijwas poets ik de huid van mijn binnenhuisbeelden. Het geeft een mooie diepwarme kleur en schept een zachte glans."


Thunnissen exposeert vrijwel jaarlijks met tentoonstellingen bij een groot aantal galeries in Nederland en Denemarken. "Niksen kan ik niet. Altijd moet ik wel iets met mijn handen doen. Maar als mijn handen vanwege het langdurig alsmaar knijpen niet meer doen wat ik wil moet ik wel stoppen. Zij zijn tenslotte toch mijn gereedschap, zie je."